Het begon allemaal zo lang geleden… In de zomer van 2014, na een jaar van zo veel emoties: Het begin van een nieuw leven, het verlies daarvan, afstand van mijn grote liefde, mijn leven laten zien aan haar. Zo veel prilheid en zo veel dromen. En daar lagen we dan, in de bus die ik gebouwd had in een vorig leven. Met de geschilderde bewijzen van vorige liefdes. Maar toch kunnen genieten van het hier en nu met Henrike. De vrouw die mij altijd zal blijven begeleiden in mijn waan en dromen. Zonder twijfel, want dit staat geschreven, in de nachtelijke dromen van de afgelopen jaren. Mijn visioenen waren altijd zo onduidelijk, tot de nacht voor ik haar ontmoette, toen was het duidlelijk. Toen wist ik het… Zij is het.
En dan lig je daar, samen te fantaseren over de toekomst. Met de reflectie van het afgelopen jaar. Ik kende haar nog maar zo kort. Maar we hadden al een leven samen achter ons. Congo, Wanja. Alles zo puur, zo echt… En dan zo verliefd kunnen dromen over de toekomst! Fantastisch! Maar over een nieuwe toekomst, met grotere plannen, verder weg, met een gezin.
In de bonte bus kon dit alles niet. Tenminste niet met onze wensen: Meer plek voor nageslacht, een privé plek om je behoefte te doen, een barrière tussen je bed en de buitenwereld. Dus kwamen de plannen! Een brandweerauto, was altijd mijn droom. Tot we er één tegen kwamen. De familie erin leerde kennen. De gigantisch ogende wagen vanbinnen bekeken. Wat een deceptie. Die auto dan. Tja, brandweerauto’s moeten natuurlijk onder iedere brug door en door elke steeg kunnen. Dus smal en laag… Ja, je kan ze wel groter maken, maar dan…
Ik kom uit een familie waar je met je handen kunt maken wat je wilt. Nee, natuurlijk had ik nog nooit gelast en wist ik feitelijk niets van auto’s. Maar goed, dat zal je niet stoppen om je dromen waar te maken.
Een idee was geplant, en vandaar werd het meer en meer bewaterd met input. Een Mercedes Sprinter reed voor me en ik kwam er achter dat die maximaal 5 ton konden dragen. Dat was niet voldoende. De max om comfortabel zonder moeilijke belemmeringen te kunnen rijden was 7,5 ton. Dus dat was het streven.
Zo kwamen we op de Mercedes Vario. Maar dan 4×4. Want de bonte bus had toch al een paar keer zijn limiet laten zien.
Jaren gingen voorbij en de droom werd een plan en het plan werd een daad. Tot we eindelijk de vel begeerde TÜV (RDW) toelating kregen en vorige zomer eindelijk van Igelsbach naar Geblatsried mochten rijden. Nu niet meer met z’n tweeën maar met z’n 3 en half.
In Geblatsried de hele zomer van 2019 nog verder met uitbouwen, want haast zat er inmiddels achter. Een kind dat op een bepaald moment naar school moet en de andere die nog geboren moest worden. Gewoon in de bus, op het grasveld, in het paradijs.
In de herfst toch maar weer met ons hele hebben en houden naar Nederland. In de voortuin van mijn ouders, verder bouwen. Want er was nog zo veel te doen, en de winters van de Allgäu kunnen bar en lang zijn. Tevens een fantastische kans om mijn ouders mijn kroost te laten leren kennen.
En toen kwam Corona. Pfffff, weer uitstel, maar eigenlijk kwam het mij wel goed uit. Ik moest nog een paar grote projecten afronden voor dat ik vond dat we echt weg konden. Want weg moesten we.
En zo kwamen we dan eindelijk op pad.
Eerst een mooi afscheid in Nederland van de meeste vrienden daar, al was het soms wat ongemakkelijk door afstanden en rare wetten en acties. Toen nog een korte tussen stop in Bensheim om de laatste dingen van Henrike daar te regelen en toch maar even het hele koel gedeelte van Mulima te vervangen. Ik zag toch liever een motor die niet heter dan 100 graden werd. En vervolgens half Juli terug in Geblatsried. Wat een warmte gelijk weer. Zo veel lieve, fijne zielen bij elkaar! En wat hebben die een fantastische vrienden groep om zich heen. Zo warm en fijn.
Maar het kriebelde mij (en Henrike) ook wel om daar niet te lang te blijven. Ik wilde de Allgäu leren kennen. Vorig jaar zo lang daar geweest, maar bijna niets gezien. Nu moest dat anders zijn. Gauw de nodige dingen regelen en dan weer op pad. Mulima de bergen laten proeven, de offroad tracks laten kietelen en de mensen showen wat voor een Berg wij gemaakt hadden.
De Baumhauers waren alweer op een zomerkamp en hadden gelukkig snel brandhout en een ree nodig. Die konden wij wel even komen brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Neli’s halve houtvoorraad en een mooi stuk ree rug ingepakt en zo naar hun Utopische plek gereden. Aangekomen op de plek vol tipi’s, tenten, bussen, paarden, kinderen en andere prachtige mensen krijg ik bijna de glimlach niet meer van mijn gezicht. Dit is inderdaad een utopie. Julie en Nelie hadden de afgelopen jaren al veel verteld over de deze jaarlijkse, tweewekelijkse samenkomst, maar om het nu van dichtbij mee te maken kietelde al mijn zintuigen. We waren er maar een paar uur, maar ik had het gevoel dat we er zo tussen paste. Dit is een manier van leven. Een stijl van vrijheid en oprechtheid die ik begeer. Vrolijk genoeg waren er al vele bekende gezichten en betekende het ook weer bevestiging van contacten die we afgelopen jaren hier in de Allgäu al gemaakt hadden.
Dit is een goed begin van een lange tocht. Een uitnodiging van velen om hier altijd weer terug te mogen keren naar een nieuw thuis. Of dat het dan ook wordt, zal de komende jaren laten zien, maar een veilig gevoel geeft het sowieso.
De weken erna waren minstens zo intensief als die paar uur op het zomerkamp. Totaal verliefd in het landschap en mensen daar, weet ik dat mijn hart weer wat rijker is. Maar het is ook goed verder te gaan. Samen met z’n vieren in nieuwe landen, nieuwe gebieden, nieuwe contacten, nieuwe culturen.
Maar eerst nog een tussen stop in Geblatsried, waar we een cirkel rond konden maken. Abby, Thijs, Boris en de kleine “Thebbor” waren er om nog even van ons leven daar te proeven. Heerlijk om de tijd met hun te hebben om te lachen, huilen, filosoferen en emotie te voelen. Het eerste afscheid begon op de maandag van Alisa, vol gemixte gevoelens omdat het misschien wel 2,5 jaar kan duren voordat we elkaar weer zien. Dan dinsdag van Abby, Thijs en Boris. Zulke mooie mensen, met de zelfde levens ideeën, die ook weer zo ver weg wonen.
En dan de woensdag… De dag was vol met emoties. Vreemd om dit paradijs te verlaten voor onbepaalde tijd. Heerlijk eten met alle bewoners, verzorgd door Philip, patat en Calamares zonder einde. Franky die nog kort voor vertrek langs komt met de mededeling: “wat mij is overkomen” een set van Be Svendsen…. Die moest ik horen. Maar dan hard. Over de boxen van Mulima. Hij ging aan. Het volume steeg en de tranen begonnen te rollen over mijn wangen. Ik moest op het dak dansen en dat nodigde natuurlijk alle kinderen rond om uit. Daar stonden we op de prachtige sounds van deze magische DJ.
Henrike had de een bevriende fotografe uitgenodigd die dag langs te komen. Een super lieve meid, die ons verhaal inspirerend vond. Ze wist niet dat we die dag zouden vertrekken. Maar wij vonden het een mooi idee als zij de ware emoties op de gevoelige plaat zou kunnen vast leggen.
En zo kwam dan het moment van waarheid. Waar wij deze toverwezens een gedag moesten zeggen. Ze wensten ons allen een vaarwel en terwijl de set van Be Svendsen nog maar eens opgezet werd, besloten Julie en Nelie in te stappen om nog de eerste paar honderd meter mee te rijden. En ze stapten allemaal in. Lotta, Mattea, Philip met Anna en Michie, Frank met Ida en Marina, Anna met Nathan en ook Franky. De muziek ging harder. De lichten gingen aan. Het Elektra snoer werd gehesen en met vreugde, verdriet en rollende beats begonnen we onze reis.